vrijdag 28 oktober 2016

Het interview in het magazine Jente


Het interview in Jente



Vijf adoptiekinderen in één keer

14 oktober

Jente
In minder dan een half jaar tijd werden Klaas (39) en Elise (33) de Lange ouders van vijf kinderen. Het is een mooi verhaal, maar ook kwetsbaar; zonder franjes verteld. Klaas: ‘Als het Gods bedoeling is, dan komt het ook allemaal wel goed.’
Klaas en Elise trouwden 12,5 jaar geleden. Ze zijn gelukkig samen en hebben allebei een druk bestaan. Dat er nog geen kinderen komen, houdt hen aanvankelijk niet zo bezig. Als na vijf jaar de kinderen uitblijven, zoekt het stel medische hulp. De hormoonbehandelingen trekken een zware wissel, vooral op Elise. “Ik had enorm veel last van stemmingswisselingen. Elke maand als ik ongesteld werd, was het verdriet groot. Voor de buitenwereld gaat alles door, maar ik werd helemaal beheerst door mijn kinderwens.”
Klaas: “We vertelden niet aan anderen waar we mee bezig waren. Je praat er niet graag over.” Elise: “Om ons heen werd de een na de ander zwanger. Op mijn werk kreeg ik regelmatig extra taakjes naar me toe geschoven, want ik had toch geen kinderen en dus alle tijd. Juist daardoor kreeg ik het gevoel dat mijn leven niet compleet was, ook omdat anderen het letterlijk voor mij invulden.”

Een nieuwe weg

Als de hormoonbehandelingen niets opleveren, is een ‘logische’ volgende stap ivf. Klaas en Elise willen echter niet dat eventuele embryo’s ingevroren of vernietigd worden en ze besluiten te stoppen met alle medische behandelingen. Een groot gevoel van opluchting volgt. Klaas: “We hebben veel gebeden en waren ervan overtuigd dat Gods weg op een andere manier verder zou gaan.”
Vrij snel na deze moeilijke tijd kiezen ze vol overtuiging voor adoptie. Een intensieve periode waarin Klaas en Elise zoals alle aanstaande adoptieouders grondig gescreend worden om te zien of ze voor adoptie in aanmerking komen, volgt.
Het stel vertelt de Raad van Kinderbescherming dat het het liefst meerdere kinderen wil adopteren. Daar wordt niet enthousiast op gereageerd, maar uiteindelijk komen Elise en Klaas op de wachtlijst voor twee kindjes uit Nicaragua. Als het zover is, moeten ze verplicht drie tot zes maanden in Nicaragua wonen, zodat de kinderen in eigen land kunnen wennen aan hun nieuwe ouders.

‘We dachten aan jullie’

Dertien dagen na het intakegesprek met het bemiddelingsbureau wordt Elise op haar werk gebeld met een onverwachte vraag: “Er zijn niet een, twee of drie, maar vijf kinderen die ouders nodig hebben, en we kunnen geen geschikt stel vinden. We dachten aan jullie.”
Elise: “Het was heel bijzonder dat dit gevraagd werd terwijl alle dingen eromheen nog niet eens helemaal geregeld waren.” Klaas: “We bleven allebei heel rustig. Niet dat we verwacht hadden dat het vijf kinderen zouden zijn, maar we waren er zo in gebed mee bezig geweest dat je ernaartoe groeit. Het was natuurlijk wel een emotionele tijd. We moesten binnen een paar dagen een besluit nemen en mochten het nieuws niet met anderen delen.”
Klaas en Elise stemmen in, maar geven met klem aan dat ze het alleen doen als ze alle vijf de kinderen mogen adopteren zodat broers en zussen bij elkaar kunnen blijven. Er is namelijk sprake geweest van het opdelen van de kinderen tussen twee gezinnen, maar Klaas en Elise willen de familie bij elkaar houden en hopen dat het bemiddelingsbureau daarmee instemt.
Klaas: “We hadden zoiets van: als het allemaal doorgaat, dan is het Gods bedoeling en dan komt het ook allemaal wel goed.” 

Mama, papa

Er volgen meer dan drie maanden van onzekerheid, maar dan komt het verlossende antwoord: de adoptie gaat definitief door en Klaas en Elise zullen ouders worden van vijf kinderen tussen de twee en tien jaar oud. De eerste dag na aankomst in Nicaragua mogen Klaas en Elise naar het weeshuis van hun kinderen om hen te ontmoeten. Elise: “De kinderen hadden al foto’s van ons gezien en waren goed voorbereid. Wij wisten nog niets. Er waren verschillende kinderen, maar wij wisten nog niet wie van hen onze kinderen waren. Al snel werd het duidelijk: de kleintjes noemden ons meteen mama en papa; Irma, de oudste, was afwachtend. Zij zei geen mama. Nu wel, en ik ben er blij mee dat ze me niet gelijk mama noemde: mama moet je worden.” Klaas: “Het was een bijzonder moment. De ontmoeting was spontaan. De psychologen waren daar verbaasd over.”
‘Ik ben er blij mee dat ze me niet gelijk mama noemde: mama moet je worden’ 

Vervuld verlangen en opnieuw beginnen

Aan deze grote adoptie zit ook een andere kant, en dat realiseert het stel zich maar al te goed. Elise: “Voor de kinderen was hun adoptie natuurlijk een heel ander verhaal. Ons verlangen werd vervuld, maar voor onze kinderen zit er heel veel leed achter. Hun moeder is gestorven, de vader is uit beeld. Ze zijn getraumatiseerd. Ze hebben al veel verdriet en pijn gekend en moeten in een nieuw land met een andere cultuur helemaal opnieuw beginnen. Hun leven daar – ook al was het getekend door verdriet en onzekerheid – was wat ze kenden; hun veiligheid, en dat moesten ze achterlaten. Adoptie gaat je leven lang mee.”
De kinderen mogen na een paar wendagen mee met Klaas en Elise, en samen zijn ze nog ruim drie maanden in Nicaragua. Ze leven in een eenvoudig huis zonder warm water en met stroom die regelmatig uitvalt. Klaas gaat elke dag met de tuktuk boodschappen halen, terwijl Elise dan bij de kinderen blijft. Ze luisteren veel Spaanse christelijke liedjes en lezen bijbelverhalen in het Spaans. Het is een intensieve tijd. Elise: “Opeens waren Klaas en ik van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat in de weer met zorgen. Rosa sliep vanaf de eerste dag in mijn armen. Alsof ze al die jaren waarin ze een moeder gemist had, dubbel en dwars in wilde halen. Er was een enorme taalbarrière, je kent elkaar nog niet en je bent nog niet echt ouders.”
Elise houdt vanaf het begin van de adoptie een dagboek bij om de kinderen herinneringen te geven. Zo heeft Irma later over hun moeder verteld, hoe ze tot geloof kwam voor ze stierf. Elise heeft het allemaal nauwkeurig opgeschreven.

Vechten voor je kinderen

Na drie maanden mag het gezin naar huis. Het is een grote overgang voor de kinderen. Tegelijk is het een zegen dat de kinderen elkaar hebben. Elise: “Dat heeft hen echt geholpen bij het verwerken van hun trauma’s. De kinderen kunnen ontzettend veel lol hebben met elkaar, maar het verdriet kan ook ineens bovenkomen. En dat mag uiteraard.”
Elise en Klaas willen de kinderen extra beschermen. Elise: “Onze kinderen komen uit zo’n andere wereld en hebben extra bagage. Voor hen is het niet vanzelfsprekend om in een keer in het gareel te lopen. Irma moest een keer geopereerd worden en normaal mag je er dan pas bij als je kind weer bij kennis is. Ik moest er echt voor vechten om in de uitslaapkamer bij haar bed te mogen zitten. Ik was ervan overtuigd dat als Irma haar ogen zou openen, ze mij dan als eerste moest zien.”
‘Je geeft alles voor de kinderen en dan vergeet je elkaar. We hebben veel gehuild en gebeden’ 
De afgelopen twee jaren waren tropenjaren. Ook de relatie van Elise en Klaas heeft eronder geleden. Klaas: “Je geeft alles voor de kinderen en dan vergeet je elkaar. We hebben veel gehuild en gebeden.” Toch waren het ook mooie jaren waarin ze veel levenswijsheid opdeden. Elise: “We zijn nu ouders, maar we zijn ook gewoon Klaas en Elise gebleven. We doen nog dezelfde dingen, zoals op de bonnefooi op vakantie gaan. Ik ben misschien nog voorzichtiger naar mensen die geen kinderen hebben, dan vroeger. Ik praat niet constant over de kinderen alsof dat het enige is wat bestaat. Ook vraag ik hoe het met ze gaat vanuit oprechte belangstelling.”

Kracht om te dragen

Elise: “Kinderleed vond ik altijd al moeilijk, maar nu nog meer. Toch merk ik dat we het leed van onze kinderen kunnen dragen. God geeft ook wat je nodig hebt. Onze kinderen zijn op onze weg geplaatst door God. Daar zijn we van overtuigd.”
Het geloof speelt voor Elise en Klaas een grote rol. Ze zijn dankbaar dat ze het geloof aan hun kinderen door mogen geven, als iets wat over het leven heen reikt. Elise: “Voor onze kinderen is hun leven in Nicaragua stopgezet. Wij mogen hun nieuwe ouders zijn, maar de hoop op eeuwig leven die we ze mee mogen geven, is nog veel mooier.” Het zet de adoptie in een ander licht en geeft ook ruimte voor liefde voor hun biologische ouders. Elise: “Onze kinderen hoeven niet te kiezen tussen loyaliteit aan hun biologische ouders of aan ons. Als je daar open over bent, wordt het gemis voor een kind draaglijker. Het is ook een proces. Een van de kinderen riep een keer machteloos uit: ‘Ik wou dat mijn moeder hier was.’ Dat raakte me, maar de pijn van het kind raakte me nog meer. Ik heb zelf ook dierbaren verloren, maar stel je voor dat je je moeder verliest … dat is ondraaglijk! Een tijdje geleden zei Rosa, de jongste: ‘Eerst hield ik niet van mama, toen een beetje en nu heel veel.’ Daarmee vatte ze het proces waar alle kinderen doorheen zijn gegaan, mooi samen. Dat de oogst zo overvloedig zou zijn, hadden wij nooit kunnen bedenken.”
Lees meer over dit bijzondere gezin op laesperanzanicaragua.blogspot.nl.
Tekst: Tineke Smith,
Beeld: Elisabeth Ismail

3 opmerkingen: